Van Dongen: beaumonde en boksgevechten

Posted at december 15, 2010 by

Het Kees van Dongen-retrospectief toont de ontwikkeling van eenvoudige mouterszoon uit Delfshaven tot cultureel ondernemer avant la lettre. Een must voor iedereen. Zelfs als je niet van zijn werk houdt.
Kees van Dongen van ‘wilde’ tot ‘á la mode’ schilder.

Als kunsthistoricus en geen groot fan van Van Dongen twijfel ik of ik in de lange rij voor de kassa van Boymans van Beuningen zal aansluiten. Ik heb Van Dongen al zo vaak gezien. Zou het interessant genoeg zijn om nog 5 minuten te wachten of ga ik meteen door naar Edvard Munch in de Kunsthal? Toegegeven: het was de moeite waard. Niet alleen veel werk uit privé-bezit maakt het interessant voor kijkers die het meer bekende werk al vaak gezien hebben, maar ook is de tentoonstelling zo uitgebreid dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat we al dit werk in Nederland zo bij elkaar zien.

Voorblijven op Picasso
Minder bekend is dat Van Dongen zijn werkplek vaak strategisch verlegde op het moment dat zijn roem taande. Wanneer Picasso’s Demoiselles d’Avignon de loop van de kunstgeschiedenis voor altijd zal veranderen en Van Dongens fauvistische werk aan actualiteit dreigt te verliezen, verhuist hij in 1908 naar een appartement om de hoek van het variététheater Folies Bergère. Dit theater zorgt voor inspiratie en geeft hem de mogelijkheid om vedetten te schilderen tijdens repetitiepauzes. Van groot belang is ook het feit dat hij met een kabeltje stroom van het theater ontvangt, waardoor hij één van de eerste kunstenaars met elektrisch licht in het atelier wordt. Het maakt zijn kleur bijzonder briljant.

Themafeesten, boksgevechten en mode

Rond 1912 verliest Van Dongen dan toch de aansluiting met de avantgarde. Niet alleen met het meer intellectueel georiënteerde kubisme van Picasso en Braque, maar ook met de spirituele abstractie van Kandinsky en de andere schilders van de Blaue Reiter. Van Dongens werk is te aards en sensueel vergeleken met dat van hen. In diezelfde tijd besluit hij zijn atelier te verplaatsen naar Montparnasse waar hij tussen de artistieke jetset zijn succes weet te prolongeren. Als gevierd schilder houdt hij exotische feesten en boksgevechten in zijn atelier waarmee hij regelmatig de pers haalt. Van Dongen blijft zo tot op hoge leeftijd een bij het grote publiek gewaardeerd kunstenaar.

Twee musts op loopafstand

Voor wie niet houdt van Van Dongens werk is er altijd nog op loopafstand die andere, meer melancholische en waarschijnlijk van ieder commercieel denken vreemde kunstenaar te zien: Edvard Munch. ‘De Schreeuw’ is weliswaar zijn meest bekende werk, maar het overige werk is minstens zo interessant. Beide kunstenaars zijn de moeite van het kijken ‘met grote ogen’ meer dan waard.


‘De grote ogen van Kees van Dongen’ in Museum Boymans van Beuningen is te zien tot 23 januari 2011.
Edvard Munch in de Kunsthal is te zien tot 20 februari 2011.

Category : Bespreking