Twee lesjes pingpong

Posted at juni 14, 2011 by

Hans van den Broek > Ik ben op zoek naar diverse talenten bij kinderen en de rol die begeleiders spelen bij de ontwikkeling ervan. Een stimulerende begeleider doet niet alleen van hoppa en goed zo; hij heeft oog voor de mogelijkheden van het kind, spreekt het aan, zorgt dat het kind dat zo ervaart, deelt de juiste taakjes uit en geeft het kind ten slotte een zetje om het met anderen te delen. De kroon op zijn werk.

Op zoek naar talenten

Het onderzoek vindt plaats in Schiedam bij de tafeltennisvereniging Scyedam. Daar krijgt een tiental kinderen uit groep 5 en 6 van basisschool De Kring een aantal lesjes pingpong van Jan-Willem, een enthousiast lid van de vereniging. Deze sportactiviteiten zijn onderdeel van een sportstimuleringsproject dat de gemeente heeft opgezet in samenwerking met de wijkvereniging, sportverenigingen en diverse scholen. De groep kinderen wordt gehaald en gebracht door Leonie, een combifunctionaris. Zij heeft op een leuke manier de wind er goed onder. Regelmatig wordt een druktemakertje tot de orde geroepen zonder dat de rest van de kinderen daarmee wordt lastiggevallen. Het groepje is energiek en heeft er zin in.

Gedurende de hele les mag ik op een aparte tafel met een van de kinderen aan de slag. Dat is luxe. Je kunt dan ongeveer 15 minuten individuele aandacht geven. En dat gaat er wel in. Ze staan ervoor in de rij. Tafeltennis is een zeer communicatieve sport, omdat de bal van korte afstand op en neer wordt geslagen. Het heet niet voor niets pingpong. Op hoog niveau wordt natuurlijk vooral non-verbaal gecommuniceerd door het uitwisselen van vijandige blikken, maar bij Scyedam kunnen we gerust tussendoor met elkaar praten. Dat geeft mij de gelegenheid wat van de kinderen te weten te komen en daarop in te spelen. Zo ben ik tegelijk hulptrainer en participant in het onderzoek.

Bouyi

De eerste die langskomt is Bouyi. We spelen wat en ik vraag eens wat. ‘Zijn je ouders Chinees?’ ‘Ja, en ik ook.’ Dat lijkt me logisch, ja. ‘Wie is je grote voorbeeld?’ ‘Meester Jan, want die is heel streng.’ ‘Wat wil je leren?’ ‘Serveren.’ Oké, dat gaan we doen. Serveren is heel moeilijk als je net leert tafeltennissen. De bal moet namelijk eerst op je eigen kant stuiten en daarna aan de overkant. Na de service mag hij direct over het net; dat is veel gemakkelijker. De eerste opslagen belanden meestal in het net. Zo ook bij Bouyi, maar na wat oefening gaat het beter. Overmoedig stel ik haar voor om een harde service te leren. De bal moet dan tegen de eindlijn op tafel en laag over het net naar de andere kant. Dat lukt voor geen meter. Het is veel te moeilijk, mijn fout. Mijn eerste inschatting was goed. Zij kon een eenvoudige service goed uitvoeren. Maar ik verkeek me lelijk bij wat ze met mijn hulp wel even zou bijleren. Mijn aanwijzingen en een extra ballenmand mochten niet baten. Na afloop van de sessie gaat ze terug naar de groep, waar ze het nog een paar keer probeert tijdens een spelletje. Maar nee hoor: alles mis. Ik maak haar wel een complimentje: knap dat je het blijft proberen. Ze ligt er als eerste uit, maar ook dat lijkt haar niet te deren. Dit was niet zo’n succes voor de trainer. Toch was ik wel wijzer geworden. Het is mij vaker opgevallen bij Chinese kinderen dat ze stoïcijns kunnen blijven oefenen op iets wat ze willen leren. Ik zag eens een Chinese speler tien maal achter elkaar een foute smash geven in een partij. De elfde was raak en de twaalfde weer mis en zo verloor hij met 11-1. Geen spoor van teleurstelling. De volgende set probeerde hij het gewoon weer. Ik vind dat knap, die vastberadenheid. En dit is me ook van Bouyi bijgebleven.

Emirhan

De volgende is Emirhan. Eigenlijk was hij vorige week al even geweest, maar dat vond hij te kort. Dus hij staat al te popelen voor een vervolg. Nou goed, daar heeft hij wel recht op. De forehand contra wil hij leren. Prima, ik heb geen programma: ze mogen zelf kiezen. Ik geef hem wat tips en hij gaat er helemaal voor. Ik besluit om hem eens goed op te nemen en het valt me op dat hij nauwelijks afgeleid wordt door de rest van de krioelende kinderen. Voor mij een oefening in sensitiviteit: wat gaat er in die jongen om? Zijn beweging gaat steeds beter en het balletje blijft ook langer in het spel. Ik moet nu responsief reageren.

Ik vraag hem of hij zich altijd goed kon concentreren. Ja, dat kon hij, zo bleek uit de voorbeelden die hij gaf. Vind je het leuk om te tellen hoe vaak die bal op en neer gaat? Ja, dat vindt hij. En weet je ook hoe dat heet. Nee. Dat noemen we een rally.

Emirhan vindt het prachtig. Hij wil een rally van 20 en als voorzitter Jos langskomt, spelen we 50 maal zonder fout. Dat moet hij dan maar vertellen aan juffrouw Leonie. Dat heeft hij mooi door zijn concentratie tot stand gebracht. Bovendien heeft hij nog een Engels woord geleerd.

Pascal

Pascal komt binnen en kijkt rond. ‘He, dezelfde zaal als wij hebben op school. Alleen de middencirkel ligt meer naar buiten.’ Wat een opmerkingsgave. Ik vraag direct waar hij goed in is. ‘Nou, bijna nergens in. Ik ben ook blijven zitten.’ ‘Hoe kwam dat dan?’ ‘Ik was te creatief.’ ‘Maar dat is toch juist goed.’ ‘Ja, ik speel ook veel met lego en dan ontwerp ik zelf autootjes.’

Hij wil backhand contra leren. Toe maar. Je moet dan steeds goed achter de bal staan, anders krijg je rare bewegingen. En als je de bal in het net slaat moet je het bat meer open houden (het blad naar boven gericht). Sla je te hoog dan houd je het batje meer in gesloten positie. Hij begrijpt het prima en we oefenen met elkaar.

‘Vind je het leuk om dit aan de andere kinderen te vertellen?’ ‘Zeker.’ Goed dan. We lopen naar de groep, waar meester Jan-Willem net de backhand gaat uitleggen. Pascal mag het overnemen. Hij doet het keurig voor en vertelt dat ze moeten meelopen met de bal. Ik vraag hem of hij nog meer weet te vertellen. Hij legt uit wat gesloten en open betekent. Hij doet het nog eens voor en zowaar hij weet een klein applausje te ontlokken bij een aantal klasgenootjes.

Wat een reuzenstappen maakt die jongen. Hij heeft iets geleerd en ook weer zelf overgedragen. Vol trots sluit hij weer aan bij zijn klasgenootjes.

Ik zocht talent via individuele aandacht, een beetje hulp en zingeving. Ik vond vastberadenheid, concentratie en dienstbaarheid. Zijn het talenten of voorwaarden om talenten te ontwikkelen? Ik blijf gewoon doorzoeken.

Category : Artikel