Talenten aanspreken in de klas

Posted at september 1, 2012 by

RAAK-onderzoek Dialogic teaching en talentherkenning, een gedeelte uit het anekdoteboek.

Hans van den Broek > Dit jaar was ik te gast bij het Life college in Schiedam, een school voor vmbo en mbo. Op het Life college moet je je thuis voelen en daarom wordt concreet aandacht geschonken aan onderwerpen als steun, aandacht, gastvrijheid, eerlijkheid en respect. Veel leerlingen worden in deze levensfase geconfronteerd met de taal en de manieren van de straat. Dat kan, zeker bij onzekere kinderen, leiden tot facadegedrag. Ze meten zich dan een houding aan waarachter eigenlijk talenten verborgen gaan. De droom van het Life is om die gewone talenten, waarover elk kind beschikt, te laten verschijnen.

In het onderzoek Dialogic teaching en talentherkenning heb ik aan de hand van een kijkwijzer naar het handelen van vier docenten gekeken. Na de les bespraken we samen de analyse, wat dikwijls suggesties opleverde voor een volgende keer. Telkens was daarbij de vraag: In hoeverre kan ‘dialogic teaching’ bijdragen aan de herkenning van talenten? De kijkwijzer bevat vier kernvragen:

  • Wat zijn richtinggevende idealen?
  • Hoe zorgt de leraar voor een veilig en ordelijk klimaat?
  • Op welk niveau van dialogisch onderwijs geeft de leraar les: instructie, discussie of dialoog?
  • Hoe krijgt de leraar de talenten van leerlingen in beeld?

De idealen zijn persoonlijk en gedeeld. Tanja is een docent die gemakkelijk over allerlei onderwerpen praat in de klas, leerlingen een hart onder de riem steekt door een welgemeend compliment en ook aangeeft als ze haar dag niet heeft. Maar ook de idealen van de school spelen mee. Sabina behandelt ze in een les lifestyle. Ze legt de vraag voor: Is het eerlijk als je zomaar zegt dat mijn truitje niks is? Marcia spreekt vloeiend Engels. Als de leerlingen de eerste Engelse woorden uitspreken, corrigeert ze rustig en meelevend. Fouten maken mag.
Wat ze delen? “Het gaat om de leerling”, zeggen deze docenten, “daar proberen we uit te halen wat er in zit en dat doen we graag. Dat geeft je voldoening in je werk.”

Rust en regelmaat creëer je al voor de les begint. Sabina staat in de deuropening als de kinderen binnenkomen. Ze krijgen een hand of een armpje. “Hoe is het? Leg je nog even je mobieltje in de locker? Fijn dat je weer beter bent.” Het is een nieuwe klas en dat kun je merken. Met eindeloos geduld legt ze deze les tien keer uit dat je elkaar laat uitspreken en waarom. Twee maanden later hoeft ze het nog maar vijf keer uit te leggen. Gelukkig heeft Sabina humor en wordt dat herhalen niet zo saai.
Maar orde bereik je niet alleen met regels. Daar hoort ook stimuleren bij. Hoge verwachtingen uitspreken. Dat doet Marcia geregeld. Als een leerling een ander in de rede wil vallen, zegt ze: “Laat hem eens even nadenken. Hij weet het wel, … ja, leg eens uit.” Tanja legt uit waarom een groepje leerlingen een speciale opdracht mag doen. “Dat is omdat ik jullie vertrouw, dat gaat goed komen.”

Pas als er een goed leerklimaat is, kun je de aandacht richten op het onderwijs zelf. In het onderzoek ging het om ‘dialogic teaching’, een concept van de Britse hoogleraar Robin Alexander dat hij uitwerkt in zijn boek Towards dialogic teaching (Dialogos, 2010). Hij doelt hiermee op de vorm van onderwijs, waarin de leerlingen door de leraar worden uitgedaagd om het eigen leerproces te verwoorden. Daarvoor gebruikt hij een aantal technieken: doorvragen, waarderen, feedback geven, andere leerlingen laten reageren, samenvatten en verbindingen leggen. De bedoeling is niet alleen dat duidelijk wordt hoe de leerling denkt, maar ook dat leerlingen van elkaar strategieën van denken en oplossen kunnen overnemen. Verdiepen door verbinden.

Het dialogische zit al in een eenvoudige instructie. Soms gaat het om de toepassing van een (wiskundige) regel. Dion geeft een opdracht over de inhoud van een kubus. “Als de lengte tweemaal zo groot wordt, wat wordt dan de inhoud? Wie geeft een antwoord? Híj zegt acht. Acht wat? Wie heeft een ander antwoord? Hoe kom je daar aan? Kan iemand hem helpen? Ja, dat is goed. Zullen we het op het bord even laten zien?” Dion controleert of de stof begrepen is, geeft een beurt, geeft feedback, vraagt door, laat leerlingen op elkaar reageren en vat samen op het bord.

In andere lessen ontstaat discussie. Ook op dit niveau kun je doorvragen. Een leerling roept: ”We worden altijd gefouilleerd in de winkelstraat.” “Wat zeg je nu”, herhaalt Tanja, “worden jullie voortdurend gefouilleerd als je daar loopt? Wie zijn ‘wij’? Oh, maar dat is discriminatie. Weet je zeker dat het zo zit? Horen jullie wat hij zegt? Waar is dat voor nodig? Weten jullie hoe de wetgeving is als het gaat om fouilleren? Dat mag niet altijd zomaar.” De leerlingen worden door de vragen uitgelokt tot het voeren van een discussie.

Op het dialogische niveau gaat het niet zozeer om verschillen, maar vooral om verbindingen. Tijdens een droomuur (dat is een gesprek van een mentor met vier leerlingen) vraagt Dion aan de leerlingen wat ze het liefst doen. L. vertelt dat ze in de natuur schildert. Ze vindt de kleuren mooi. Het is wel vaak hetzelfde en ze weet niet goed hoe ze zich verder moet ontwikkelen. P. is een verwoed voetballer. Hij staat op het middenveld. Daar moet hij kansen creëren. “Ik bekijk veel youtubetjes”, vertelt hij. “Daar zie ik veel voetbaltrucjes en zo bedenk ik zelf weer andere dingen. Hee, dat is leuk. Eigenlijk willen wij allebei creatief zijn. Ja, je moet gewoon eens ergens anders gaan kijken om ideeën op te doen.” En zo besluit L. om naar een museum te gaan, want daar kan ze weer andere vormen van schilderkunst bekijken. Dion is niet alleen luisteraar. Hij heeft eerst de leerlingen uitgenodigd iets over hun hobby te vertellen. Een antwoord van twee woorden is dan geen uitzondering. Maar dan vraagt hij door: “Wat heb je gedaan, wat zijn de resultaten, waar ben je precies goed in?”
Als ze afdwalen, houdt hij de lijn vast, geeft suggesties en vraagt ook of ze vragen aan elkaar hebben. “Herken je wat hij vertelt? Wat zou een volgende stap kunnen zijn? Wil je later in je beroep hier iets mee doen? Weet je dat er hier op school een cursusaanbod is dat hier op aansluit.”
Eigenlijk zijn we daarmee ook beland bij de talentherkenning. Wat de definitie van talent is, laat ik hier terzijde. Wie zich wil verdiepen in dit onderwerp kan de studie Maatwerk voor latente talenten? Uitblinken op alle niveaus lezen van Henk Sligte en anderen (SCO-Kohnstamm Instituut, 2009). Op het Life college is talent iets wat je graag wilt en kunt. Een sportprestatie, voor anderen zorgen, netjes zijn, een game maken, allemaal kleine talenten, die kunnen uitgroeien. Talenten komen tot ontwikkeling in combinatie met karaktereigenschappen, zoals doorzettingsvermogen, eerlijkheid, creativiteit, durf, discipline, en zo nog meer. In die combinatie zoeken leraar en leerlingen met elkaar naar levensvatbare talenten. Talenten die in een beroep of op andere levensgebieden een rol spelen. Daarover praten ze in het droomuur. Het viel me op dat veel leerlingen deze vorm van praten waarderen. Ze vinden het leuk meer van de andere leerlingen te horen en ook krijgen ze zo gerichte feedback op eigen dromen. Als een vmbo-leerling advocaat wil worden, is dat mooi, maar die heeft dan wel een lange weg te gaan. En kan je dat ook aan? Welke opleiding heb je nodig, wat gaat daaraan vooraf? Hoeveel jaar kost dat? Wat wordt er van je gevraagd in dat beroep?

‘Dialogic teaching’ is een geschikt middel om tot dat overzicht te komen. Geen tovermiddel, want het succes is afhankelijk van diverse factoren, zoals: sfeer in de klas, leerstof, niveau van bevragen, groepsgrootte en echte interesse in de leerlingen. Het laatste maakt het verschil: Is het een trucje van de leraar of een pedagogisch middel?

 Illustratie: Henrieke Kruise en Robin Band

 

Category : Column