Richard Sennett: zoeken naar waarheid

Posted at december 18, 2011 by

Will van de Laak > In 2010 ontving Richard Sennett (1943) de Spinozalens, een prestigieuze prijs voor een internationaal vermaarde denker over ethiek en samenleving. Onder anderen de Palestijns-Amerikaanse oriëntalist Edward Saïd (2000), de Israëlische filosoof Avishai Margalit (2002) en de Amerikaanse politiek filosoof Michael Walzer (2008) gingen hem voor.

In de lezing Humanisme: De mens als werk in uitvoering (Sennet, 2010), uitgesproken ter gelegenheid van het aanvaarden van de Spinozaprijs, gaat Sennett bondig in op een aantal thema’s dat kenmerkend is voor zijn werk.
Hij stelt het probleem: “De chaotische gedereguleerde tijd heeft ook een sociale dimensie. Kortetermijnorganisaties neigen ertoe de betrokkenheid te verminderen: hoe kun je loyaal zijn aan een wispelturige organisatie?” (Sennett, 2010: 42) Vervolgens bespreekt hij de opvatting van de 19de eeuwse historicus Burckhardt die de moderniteit beschrijft als ‘een tijdperk van vreselijke versimpelers’, een opvatting die Sennett vanwege haar somberte en vergroving bekritiseert maar waarvan hij de essentie niettemin van toepassing verklaart op de wereld waarin we nu leven. Hij wijst er op “dat technologische vernieuwing harder loopt dan het vermogen van mensen om vernieuwingen goed te gebruiken”. En concludeert: “Onze generatie maakt een revolutie mee in communicatietechnologie, maar deze revolutie heeft tot dusver de kwaliteit van de communicatie in dezelfde mate verminderd als ze haar kwantiteit vergroot heeft” (Sennett, 2010: 50).
In deze wereld vol mensen op drift wendt Sennett zich voor de aanpak van een hedendaags vraagstuk tot het humanisme van de renaissancefilosoof Pico della Mirandola (1463 – 1494). “Omdat mensen als onbepaalde wezens geboren worden, moeten ze, (..zegt Pico..), eenheid in hun leven zoeken. De mens moet zichzelf coherent maken” (Sennett, 2010: 39). Dit “je stem vinden vereist het nemen van enige distantie ten opzichte van het onmiddellijke, het noumenale. Loutere uitlevering aan het ogenblik verzwakt je stem” (Sennett, 2010: 43). En langs de omweg van Burckhardt en della Mirandola keert Sennett terug naar het begin om antwoord te geven op de hiervoor gestelde vraag naar de mogelijkheid van loyaliteit binnen moderne organisaties: “Kantoren en straten worden inhumaan als starheid, nut en competitie de scepter zwaaien. Ze worden humaan als ze informaliteit, openheid en samenwerking bevorderen” (Sennett, 2010: 47-48).
Deze werkwijze, waarvan ik hier de rijkdom tekort doe, kenmerkt Richard Sennett. Hij mengt literaire bronnen met filosofische en wisselt autobiografische bespiegelingen af met sociologische verklaringen. Hij plaatst ieder vraagstuk in een historische en maatschappelijke context: maatschappelijke vraagstukken doen zich nooit geïsoleerd en ‘op zichzelf’ voor en al helemaal niet als louter sociologische vragen. Vakdisciplinaire bijziendheid is hem vreemd. Waar hij in ruime mate over beschikt is sociologische verbeeldingskracht (vergelijk C. Wright Mills), het vermogen om onverwachte verbanden te leggen, om onvermoede wegen te bewandelen, om lak te hebben aan het modieuze van de tijdgeest, om zowel ongevoelig te zijn voor de vooringenomenheden van een verlichte elite als voor de verlokkingen van een gemakzuchtig populisme. In zijn onderzoek reduceert hij mensen van vlees en bloed niet tot wezens van bordkarton, niet tot ‘actoren op een speelveld’, niet tot ‘cohortrespondenten’ in een kwantitatief sociologisch onderzoek.
Voortdurend wisselt Sennett tussen het perspectief van groothoek- en telelens en ruilt daarmee een houding van afstandelijkheid in voor die van een betrokkene. Dat is geen tegenstelling: wat zich in het groot voordoet, vertakt zich duizendvoudig in het klein; wat zich veelvuldig in het klein voordoet, is uitdrukking van een meer omvattende en bredere beweging met een eigen dynamiek. Dat is nu juist de essentie van wat we ‘samenleving’ noemen. Sennett probeert de ‘waarheid’ van de samenleving op het spoor te komen. Zijn drijfveer is nieuwsgierigheid en compassie, zijn methode die van het verbinden van het kleine met het grote.


Literatuur
Sennett, R. (2010). De mens als werk in uitvoering. Amsterdam: Boom & Stichting
Internationale Spinozalens.


Boeken van Richard Sennett
Sennett, R. (1977). The fall of public man. New York: Knopf.
Sennett, R. (2000). De flexibele mens. Psychogram van de moderne samenleving. Amsterdam:
Maarten Muntinga B.V.
Sennett, R. (2003). Respect in een tijd van sociale ongelijkheid. Amsterdam: Byblos.
Sennett, R. (2007). De cultuur van het nieuwe kapitalisme. Amsterdam: Meulenhoff.
Sennett, R. (2008). De ambachtsman. De mens als maker. Amsterdam: Meulenhoff.


Interessant artikel van Will van de Laak, over Sennett. Sennett kwam bij mij in beeld vanwege de uitzending Hollandse Zaken van vanavond, 1 augustus 2012, en vanwege mijn herinnering aan Sennetts ‘The Uses of Disorder: Personal Identity & City Life (1970)’ dat ik in de jaren zeventig las als ‘Wonen of leven. De stad van morgen’, destijds ook heel inspirerend.

namens: http://www.bewonersplatform-geuzenveldslotermeer.nl

Category : Artikel