Poolse medelanders. Ze zijn niet meer weg te denken.

Posted at mei 31, 2011 by

Rob Arnoldus, Sun van Leeuwen en Barbara Stramska > De nieuwe medelanders komen tegenwoordig uit Midden- en Oost-Europa (MOE). Let op: het zijn dus geen ‘Oost-Europeanen’. Beleidsmakers spreken van MOE-landers. In deze bijdrage aandacht voor de meest omvangrijke groep: de Poolse migranten. De Poolse arbeidsmigranten komen tegenwoordig veelal per touringcar en parkeren die in de grote steden. Hun aankomst blijft niet onopgemerkt. Polen melden zich op de Nederlandse arbeidsmarkt. De populatie van scholen verandert.

Ondertussen vallen er harde woorden over kansarme massa-immigratie. Opnieuw wordt een multicultureel drama gevreesd. Politici dringen aan op verplichte inburgering. Dat roept vragen op. Blijven de Polen in Nederland wonen? Wat is hun woon- en werksituatie? Is daadwerkelijk sprake van een multicultureel drama en hoe staat het eigenlijk met welzijnsinterventies en met de civil society: de zelforganisaties?

De komst van de Polen

Na de val van de Berlijnse muur traden een tiental Midden- en Oost-Europese landen toe tot de Europese Unie (EU). In mei 2004 ging het, afgezien van Polen, om de deelname van de volgende voormalige Oostbloklanden: Litouwen, Estland, Tsjechië, Slowakije en Slovenië. In 2007 volgden ook Hongarije, Roemenië en Bulgarije.

Polen is in mei 2004 toegetreden tot de EU. De Poolse arbeidsmigranten trokken in eerste instantie vooral naar Groot-Brittannië, Ierland en Zweden. Toen vanaf 1 mei 2007 geen werkvergunning meer nodig was, kwam ook Nederland in beeld. Tegen het einde van 2008 nam in Polen de economische recessie toe. Dit gaf een extra impuls om naar Nederland te komen. De meeste Poolse immigranten komen van het platteland in het zuiden van Polen.

Hun komst is geen noviteit. De Nederlandse samenleving ontving eerder Poolse migranten, daaronder in de achttiende eeuw Ashkenazische joden. In de twintigste eeuw arriveren mijnwerkers, militairen, vluchtelingen, illegale migranten en vrouwelijke partners van arbeidsmigranten. Ongerustheid bestaat over de positie van de ‘importbruiden’. Een blog in het damesblad VIVA (2010) meldt: “Ze belanden bijvoorbeeld achter de ramen of worden de voetveeg van een dominante conservatieve man die niets liever wil dan een huisslaaf.” De Poolse Nederlanders zijn in meerderheid van het vrouwelijk geslacht (CBS, 2011).

Het zicht op het exacte aantal Poolse migranten is gebrekkig. Niet zonder reden. Regel is dat buitenlanders die van plan zijn over een periode van zes maanden korter dan vier maanden in Nederland te verblijven zich niet hoeven in te schrijven in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Poolse migranten doen dat niet als ze geen legale huisvesting hebben. En Poolse zelfstandigen hebben vrij toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt. Op 1 januari 2010 wonen officieel 58.062 Polen in Nederland, van wie 14.979 zowel de Poolse als de Nederlandse nationaliteit bezit (CBS, 2011). Naar schatting verblijven de facto tenminste ongeveer 150.000 Polen in Nederland. Eén procent van de bevolking (Korf, 2009: 21).

Ze blijven (toch) niet?

Bij beleidsmakers en politici gaat dan ook alle aandacht uit naar de one million dollar question: de MOE-landers blijven komen, maar (waar) blijven ze?, vraagt vooral maar niet alleen Leefbaar Rotterdam zich af. Van de Polen die sinds 2000 naar Nederland zijn gekomen is inmiddels bijna 60 procent weer vertrokken uit Nederland. Dit percentage contrasteert met de veel geringere retourmigratie van de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders (Nicolaas, 2010). Het percentage blijvers is in de afgelopen jaren bovendien sterk afgenomen (Schothorst, 2009). De Polen komen ook niet op de spreekwoordelijke vetpotten af. Zij hebben als EU-burger toegang tot verzorgingsarrangementen en doen veelal geen beroep op de Nederlandse werkloosheidswet. Het idee dat de Polen blijven is dan ook een mythe, zo verkondigt het Rotterdamse onderzoeksinstituut RISBO in 2008 (Boom e.a., 2008).

Permanente tijdelijkheid?

De Poolse migratie kenmerkt zich vooralsnog door ‘permanente tijdelijkheid’. Terugkeren is eenvoudig, want de reistijd is kort. En de Polen hebben, (nog) meer dan de Roemenen en de Bulgaren, een sterke band met het moederland (Snel, 2010). Het is ook van belang zorgvuldig onderscheid te maken tussen fluïde vormen van arbeidsmigratie en de gezinsmigratie. Hoogleraar demografie Jan J. Latten constateert: “Bij een beleid van vrije vestiging, een partner zonder werk in Polen, een woning in Nederland, dan is snel bedacht: waarom kom je niet ook. En in september beginnen de scholen dan kunnen de kinderen ook nog naar school” (Bureau Discriminatiezaken, 2009).

Het aandeel gezinsmigranten neemt de laatste jaren af, maar dat neemt niet weg dat Nederland nog steeds als aantrekkelijk vestigingsland wordt ervaren. Voorspellen is moeilijk, vooral als het de toekomst betreft, leert een oud spreekwoord. Daar waar het gaat om de beeldvorming maken de Polen onderdeel uit van een omvangrijke MOE-migratiestroom. In de periode 2009-2040 wordt een toename in de bevolking verwacht van de huidige 0,7 procent tot een percentage tussen de 2,0 en 4,3 procent in 2040 (NIDI, 2010). De Polen zijn zichtbaar aanwezig in het straatbeeld. Zo treffen we Poolse winkels aan als Polskie Delikatesy met brood, vlees en delicatessen. De halve literblikken Poolse Lech- bier worden goed verkocht. Het rooms-katholieke geloof migreert mee. Nederland kent een druk bezochte Poolse mis. Poolse kunstenaars exposeren grafiek en keramiek. De Hollanders maken steeds meer, en in velerlei opzichten, kennis met de Poolse cultuur.

Angst voor een multicultureel drama

Het flamboyante politieke optreden van wijlen Pim Fortuyn staat bij menigeen in het geheugen gegrift. De publicaties van Bolkestein en Scheffer over de mislukte multiculturele samenleving hebben onmiskenbaar de toon gezet. Immigratie wordt in Nederland vooral geassocieerd met mislukte integratie. Hoewel de Polen geen confronterend slavernijverleden hebben, noch worstelen met een koloniale relatie, en veelal devoot een in de lage landen vertrouwd geloof aanhangen, komen ook zij in het vizier als figurant in het telkens terugkerende debat over het Nederlands migratiedrama. Spraakmakende woordvoerders ontbreken op radio en televisie.

Bij de vormgeving van succesvolle integratie zou niet het economisch kapitaal, maar vooral de culturele oriëntatie van de nieuwe medelander van doorslaggevend belang zijn. De focus is gericht op al dan niet vermeende loyaliteitsconflicten en symbolische kwesties. Politici zijn bang dezelfde fouten te herhalen die ‘we’ destijds met Turken en Marokkanen hebben begaan. De Haagse wethouder Marnix Norder spreekt van een ‘multicultureel drama’. Zijn Rotterdamse collega Hamit Karakus maakt eind oktober 2010 in de Groene Amsterdammer de immigratiewoordenwolk compleet: “Als we niet oppassen hebben we over vijftien jaar dezelfde problemen (…). Hebben we dan niets geleerd?”, is zijn retorische vraag.

Er is weinig serieuze aandacht voor de aard van de cultureel-maatschappelijke verschillen. Zo hebben de Poolse katholieken andere, meer traditionele opvattingen over homoseksualiteit en euthanasie dan in het vrijzinnige Nederland gebruikelijk is.

De Pools-Nederlandse psychiater Smoktunowicz wordt hard geconfronteerd met de psychische impact van cultuurverschillen. De in Polen gebruikelijke assertiviteit wordt hier soms voor agressie aangezien. En de warme Poolse gastvrijheid maakt plaats voor een koude Nederlandse ontvangst. Dankzij Smoktunowicz kent Nederland een alcoholvrij Nederlands-Pools huis waar hard gewerkt wordt aan de beoogde inburgering. Poolse vrouwen krijgen workshops over hoe zij zich moeten kleden en opmaken om deel te nemen aan sollicitatiegesprekken.

Om misverstanden te voorkomen: de ‘Poolse cultuur’ of de ‘Nederlands-Poolse cultuur’ is noch een homogeen, noch een statisch fenomeen. Zo heeft de Poolse school in Utrecht afstand genomen van de bemoeienissen van de te conservatieve stedelijke Poolse katholieke kerk.

Overlast?

De voorzitter van de bewonersorganisatie van de Rotterdamse Tarwewijk signaleert een omslag: “We hebben minder overlast van Antillianen, tegenwoordig hebben we hier vooral Oost-Europeanen. Die lui gebruiken niet veel drugs, het zijn meer zuipers. Soms kotsen ze van driehoog naar beneden. Een van de grootste problemen is nu overbewoning” (Kuiper, 2010). Meer etnische diversiteit ondermijnt in sommige wijken het gevoel van wederzijds vertrouwen. In IJsselmonde waar burgers in het kader van het welzijnsprogramma Mensen Maken de Stad geactiveerd werden, kwamen ‘de Polen’ en ‘de studenten’ als buitenstaanders in beeld (Arnoldus e.a., 2008). Veel tijdelijk verblijvende alleenstaande Polen, vaak de taal niet machtig, hebben weinig of niet het gewenste contact met hun buren. De parkeer- en geluidsoverlast zijn reëel. Geluiden gaan op dat Poolse daklozen voor problemen zorgen in de thuis-en daklozenopvang en de verslavingszorg. Zij beschikken veelal niet over de vereiste “regiobinding” of de verplichte ziektekostenverzekering. Let wel: de criminaliteit onder de Polen is gering, hoewel dit als gevolg van demografische verschuivingen in de toekomst wel kan veranderen. Over de ernst van de overlastervaringen wordt verschillend gedacht: “Wordt er toch geklaagd in de buurt, dan betreft het vooral Polen in gewone huizen die ’s morgens vroeg naar het werk gaan en daarvan pas midden in de nacht weer terugkeren. Rini Ruefli, ketenmanager bij de gemeente Rotterdam, zegt hierover: “Als je teveel mensen in een huis stopt, leidt dat al gauw tot overlast. Daar hoeven de mensen niets raars voor te doen” (Korf, 2010).

Inburgeren en meepolderen

Het kabinet stelt een daad en komt in juni 2010 met het Plan van Aanpak Huisvesting en Inburgering van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost Europa. Bevordering van de zelfredzaamheid is voor al de migranten het devies. Illustratief is de expliciete vermelding van de ruime beschikbaarheid van dvd’s en brochures die de Nederlandse ambassade in Polen kan verspreiden onder arbeidsmigranten (VROM, 2010).

Toetreding van Poolse zaakwaarnemer tot het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) is de aangewezen weg om met de overheid mee te polderen. Op instigatie van het Rijk heeft een Poolse werkgroep een congres over dit vraagstuk georganiseerd. Nederland kent inmiddels een levendige Poolse gemeenschap met diverse zelforganisaties, zoals het Forum Poolse Scholen in Nederland, het Nederlands-Pools Centrum voor Cultuur en Educatie en de Pools Nederlandse Kulturele Vereniging.

Met de aanstelling van accountmanagers en procesmanagers tracht het Rijk de participatie aan inburgeringactiviteiten een impuls te geven. In 2008 hebben circa 900 Midden- en Oost-Europeanen aan een inburgeringtraject deelgenomen; in 2009 waren dat er 2700 (VROM, 2010). De relatief geringe en vrijwillige participatie is een doorn in het oog van de politici van diverse snit die pleiten voor betere (verplichte) registratie en verplichte inburgeringscursussen. De laatste juridisch niet uitvoerbare oproep leidt weleens tot wrevel. In de realiteit van de Poolse migranten zijn de parlementariërs niet geïnteresseerd, zo constateert Małgorzata Bos-Karczewska op 1 juli 2009 naar aanleiding van de presentatie van het rapport Polen in Nederland aan minister Donner.

Welzijnsinterventies op bescheiden schaal

De Poolse migranten moeten het vooral hebben van particuliere initiatieven. Een inspirerend voorbeeld is de Pools-Nederlandse Grazyna Nowodoworska-de Laat, die zich al meer dan 15 jaar inzet voor de adoptie van Poolse kinderen. Op bescheiden schaal zijn er op Polen toegesneden onderwijs- en welzijninterventies (zie ook Arnoldus en van Nieuwamerongen, 2009).

Welzijnsinstellingen stimuleren op de voorscholen en via het kinder- en volwassenwerk de taalvaardigheid. In de Rotterdamse wijk Carnisse past de organisator van de bredeschoolactiviteiten af en toe de lessen aan. De Poolse socioloog Piotr Zielewski fungeert in Rotterdam als intermediair. Dankzij Piotr is het aantal geregistreerde MOE-migranten in de Tarwewijk gestegen van 140 naar 1400 (Hilgers, 2010). Inschrijving in de GBA geeft recht op onderwijs, huurtoeslag en kinderbijslag, ziektekostenverzekering en parkeervergunningen. In opdracht van de toenmalige staatssecretaris Dijksma is een Steunpunt MOE-leerlingen opgericht dat vragen beantwoordt over de eerste opvang, taalverwerving en financiering. De basisscholen zitten ook niet stil. Kinderen worden doorverwezen naar de schakelklassen waar zij een intensief taalprogramma volgen. Ouderconsulenten vergroten de ouderbetrokkenheid.

De gemeente Rotterdam houdt een vinger aan de pols en signaleert in haar halfjaarlijkse Monitor Midden- en Oost-Europeanen (2010) geen gewichtige onderwijsproblemen. De etnisch diverse schakelklassen stromen weleens vol, maar dit brengt de gemoederen niet in beweging. Verontrustend is wel dat het schoolverzuim van de pendelende Poolse kinderen niet op de gangbare manier te bestrijden is.

De beroepsopleidingen op het terrein van welzijn en onderwijs lijken, ondanks alle aandacht voor het ballonbegrip ‘diversiteit’, aan de komst van deze nieuwe medelanders voorbij te gaan. Wellicht niet toevallig, want in deze ‘sociaal gevoelige tijd’ richt de sociaal werker zich bij voorkeur niet (langer) op ongelijkheidbestrijding. Maatschappelijk werkers hebben daar niet veel te zoeken, is de stelling van de hoogleraar Hans van Ewijk (2010) die wars is van politisering van het welzijnswerk.

Armoede en ouderwetse uitbuiting

Armoede is troef onder de in Nederland verblijvende Polen. De Poolse arbeider wordt regelmatig uitgebuit. Vier op de tien Polen verdient minder dan het minimumloon. Ongeveer 40% van de tijdelijke Poolse nieuwkomers beschikt over een inkomen van maximaal 1.000 euro netto per maand (Schothorst, 2009). Werkgevers, soms louche uitzendbureaus, bieden de Polen een woon-werkpakket en schromen niet de vaak te hoge kosten voor huisvesting en/of vervoer vooraf op het loon in te houden (bij de tijdelijke migranten gemiddeld zo’n 177 euro per maand). Malafide bemiddelaars plaatsen vier of meer mensen op een kamer of verhuren de kamer dubbel.

Er wordt weleens gesuggereerd dat de Polen ‘onze banen inpikken’. De meeste Nederlanders staan echter niet te dringen om de productiewerkzaamheden in de tuinbouw, de slachterijen, de bouw en de schoonmaak over te nemen. De Poolse Nederlanders profiteren maar weinig van de hypotheekrenteaftrek. Het merendeel van de migranten woont op één kamer of in een zelfstandige woonruimte. Een klein deel woont in een tijdelijke woonvoorziening. Denk hierbij aan een pension of een zogeheten Polenhotel.

Het kortstondige werkgeversprofijt van hun goedkope arbeid kent wel ongewenste neveneffecten. De ‘gehoorzame en goedkope’ Polen verdringen weleens de andere hier werkzame minderheden. En de uitbuiting kan de onderlinge verhoudingen in Nederland vertroebelen. Een Poolse migrant verklaart: “Sommige Nederlanders denken dat Polen dom zijn. Ik werk als zzp-er maar de Nederlanders betalen mijn rekening gewoon niet, en ik heb geen bescherming” (Van Teeffelen en Zweers, 2010).

Een nieuw bestaan opbouwen

Aan de oppervlakte beschouwd lijkt de harde boodschap aan de Polen die hier een nieuw bestaan opbouwen: vooral geen overlast bezorgen, goedkoop aan de slag, en we verwachten dat u tijdig terugkeert. Verder is het een kwestie van snel inburgeren en meepolderen als minderheidsgroep.

Het Rijk negeert de huisvestingsproblemen echter niet. Rotterdamse woningcorporaties stellen de komende vijf jaar vijftien sloopwoningen beschikbaar voor Poolse werknemers van gecertificeerde uitzendbureaus (VROM,2010). Hoewel er veel meer gedaan kan worden om veranderingen te begeleiden en de armoede en uitbuiting aan te pakken is het vertrouwen in de eigen kracht van de Polen niet ongegrond. Door schade en schande wijs geworden, weten veel Polen steeds beter de weg te vinden naar bonafide arbeidsbemiddelaars. Een aanzienlijk deel van de Polen is hoogopgeleid en beschikt over technische scholing. Kansen te over voor opwaartse sociale mobiliteit. Dat is hoopgevend, want het aantal hier (al dan niet tijdelijk) verblijvende Poolse migranten neemt nog steeds toe. De Polen zijn niet meer uit het Nederlandse straatbeeld weg te denken.


Bronnen (een selectie; voor een volledig overzicht, zie: www.verwegendichtbij.nl )

Arnoldus R. & van Nieuwamerongen, A. (2009). Go Go Go! Over freewheelen met bussies Polen gesproken, KOS Nieuwsbrief, (7), 2.

Bos-Karczewska, M. (2009). Reactie op het rapport Polen in Nederland. Weer de schuld van onuitvoerbaar beleid? Nieuwsbrief Europese Beweging Nederland, juli/augustus.

Ewijk, H. van. (2010). Maatschappelijk werk in een sociaal gevoelige tijd. Utrecht: Universiteit voor Humanistiek. Verkregen via www.uvh.nl.

Korf, D.J. (2009). Polen in Nederland, Utrecht: Forum en Uitgeverij Guijs.

Kuiper, J.(2010). Acht Roemenen op een kamer, Overbewoning en uitbuiting in de Rotterdamse Tarwewijk. In: De Groene Amsterdammer, 28 oktober 2010, pp. 16-21.

Nicolaas, H. (2010, 20 december). Ruim de helft van de Poolse migranten vertrekt weer uit Nederland. In: CBS webmagazine. Verkregen via www.cbs.nl.

Van Teeffelen, P.B.M. & Zweers, J.S. (2010). Moe-landers in de wijk. Zoetermeer: Research voor beleid.


Reactie 1 – Polonus.nl

Polen zijn mede-Europeanen. We moeten dat niet vergeten. Polen is een van de meest ge-emancipeerde landen van Europa. Ik ben al 7 maal in Polen geweest. Het is een heerlijk rustig land – en ook een van de rustigste landen van de Europeesche Unie. Vergeet niet dat de Polen ons land hebben bevrijd hebben. Dus weg met die vooroordelen over Polen en met dat PVV-meldpunt over Polen. Die website van Geert Wilders moet echt uit de lucht. Weg ermee! Dit maakt onze economie kapot. Dit terwijl de Polen een van de grootste afnemers zijn van Nederlandse produkten!

Reactie 2 – Polonus.nl

De Poolse mode-ontwerpsters behoren tot de beste mode-ontwerpsters ter wereld! In Polen heb je behoorlijk wat mode-ontwerpsters, maar nog geen mannelijke mode-ontwerpers. In polen laat men – veel en veel meer dan in Nederland – dit werk aan de vrouwen over. Toch is Polen een behoorlijk geemancipeerd land. Dat moeten we niet vergeten! De Polen zijn al veel intelligenter en slimmer dan wij Nederlanders!

Category : Artikel