In de buurt

Posted at januari 4, 2011 by

Auteur: Een buurtbewoner
Toen ik op mijn fiets de straat binnen reed was het me meteen opgevallen:
die geraniums, te kleurig, te mooi gespreid over alle huizen van de straat en zo netjes verzorgd. Te veel een geheel met de frisrood opgekalefaterde muren van de huizen in deze oude stadswijk. Hier was onlangs gerenoveerd.

“Hoi”, riep een man vanaf de stoep tegen mij. Aan zijn rozige wangen, ruitjes-overhemd en spijkerbroek te zien, was hij de meest autochtone van het drietal oudere mannen dat op een houten bankje zat, te midden van twee aan de voorgevel bevestigde bakken met geraniums. Hij stak zijn hand op, keek mij indringend aan en knikte tevreden toen ik, verbouwereerd door zijn verwachtingsvolle blik, ook mijn hand opstak. Ik had hem nooit eerder gezien, want meestal neem ik een andere weg als ik naar de super om de hoek moet.

“Het zal toch niet”, dacht ik, terwijl ik verder fietste en behendig twee op straat spelende donkergekleurde kindertjes ontweek. En verdomd daar stond het, op ooghoogte in blokletters onder het straatnaambordje: “Hier groet men elkaar op straat”. Met daaronder nog een aantal aanbevelingen om de sociale cohesie in deze straat te bevorderen.

Toen ik mijn boodschappen gedaan had en terug naar huis fietste, reed ik automatisch richting de Groetstraat. Dat was de kortste weg. Maar opeens veranderde ik van koers. Er was iets wat mij ervan weerhield om straks opnieuw “hoi” te moeten horen van een medelander op een houten bankje tussen de geraniums. Of meer nog: om me verplicht te voelen terug te moeten groeten om hem niet teleur te stellen. Die verwachtingsvolle Opzoomerblik moest ik zien te ontwijken.

Ik ben twee straten omgereden en heb nog een voetbalgrapje gemaakt tegen een fietser die een oranje hoed op had. Het kwam er zo maar uit en hij kon er wel om lachen. Nu maar hopen dat niet alle straten in mijn buurt tot Groetstraten Opgezoomerd worden. Want dan kan ik mijn deur niet meer uit.

Een ‘buurtbewoner’

Category : Column