Filosofen over reflecteren

Posted at juni 15, 2012 by

Bouchra Abdellaoui > Wat is reflecteren meer dan in de spiegel kijken? Op welke momenten zijn wij meer geneigd om te reflecteren? Zijn studenten wel in staat tot reflecteren?

Filosofen Frank Post en Izaak Dekker zijn verbonden aan het Instituut voor Sociale Opleidingen binnen de Hogeschool Rotterdam en komen aan het woord over het fenomeen reflecteren. Zij bespreken onder andere het belang daarvan, reflecteren als geestesactiviteit, reflecteren binnen een maatschappelijke context en als competentie binnen het instituut.

Definitie reflectie en reflecteren
Frank Post: “Reflecteren is, naar mijn mening, het dagelijkse vanzelfsprekende even van zijn vanzelfsprekendheid ontdoen en er preciezer naar kijken. In de existentiefilosofie (de filosofie van het bestaan en van het zijn) wordt gesproken van een decor: datgene wat als vanzelf spreekt, met daarin de rol die we spelen in de tastbare wereld. Als bijvoorbeeld een jarenlange relatie uit elkaar valt, dan stort het decor in en verdwijnt die vanzelfsprekende omgeving waarin je plaats helder was. Het niet bewegende toneel waarop je je bevond blijkt opeens te kunnen bewegen en krijgt een andere lading. Dan kan je tot de ontdekking komen dat de basis waarop je hebt ‘geacteerd’ in dat decor wankel was.”

Izaak Dekker: “Als ik reflectie uitleg aan studenten, dan gaat het als volgt: Als je een pen neerlegt dan is het bijzondere dat je je daar als mens bewust van kan zijn dat je dat doet. Vervolgens kun je ook denken: “Ik heb nu net nagedacht over dat ik een pen neerlegde”, en je kunt zelfs daar weer over na gaan denken. Die beweging noem ik reflectie. Het woord reflectie heeft naar mijn mening nog weinig inhoud, behalve dit. Reflectie hoeft dan nog niet goed te zijn. Dan moet het echt ergens over gaan, op een bepaalde manier plaatsvinden en aan kwaliteitseisen voldoen. Maar de basis van reflectie is die beweging.”
Frank Post: “De optische betekenis van het woord, het in de spiegel kijken, is het meest toegankelijk. In de filosofie wordt reflecteren vaak vertaald als ‘terugbuigen over’ en dat kan ook zijn: terugbuigen over wat voorheen vanzelfsprekend was.”
Reflectie als routine of als spontane ­bezigheid
Izaak Dekker: “Reflecteren zit ingebed in het curriculum van veel sociale opleidingen. Er wordt voor de handeling veel tijd vrij gemaakt en er worden formulieren voor gemaakt. Ik heb studenten bij de module Justification gevraagd naar hun beste reflectie-ervaring en toen bleek dat het vaak een moment was waarop iemand hen aansprak op stage, school of in een privésituatie. Momenten waarop ze zich voelden aangesproken door de ander op iets wat de ander was opgevallen aan hun gedrag. Dat was vaak de impuls voor reflectie. Maar het moeilijke is: Hoe ga je dat vormgeven? Hoe doe je dat bij iets wat zich niet laat structureren? Hoe kun je het niet-alledaagse gaan kaderen? Daarmee creëer je routinematig reflecteren en dat is juist het tegenovergestelde van reflecteren omdat je bij routinematig juist vergeet dat je net je pen hebt neergelegd.”
Frank Post: “We hadden het net over het inzakken van het decor, de vanzelfsprekendheden in het bestaan die gaan schuiven. Existentialistische filosofen halen dan vaak de meest dramatische voorbeelden tevoorschijn maar wat jij nu zegt is in kleinere vorm wat zij ook zeggen.”
Izaak Dekker: “Een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP) of een andere manier om reflecteren vorm te geven kan te dichtgetimmerd zijn. Je moet immers wel weten waartoe je je verhoudt en waarover je reflecteert.”
Frank Post: “Bij het professioneel handelen bestaat de neiging doelmatig te zijn want je krijgt er niet voor niks geld voor, het handelen moet effectief zijn. Dat kan op gespannen voet staan met het meemaken van nieuwe dingen en afstand nemen van vanzelfsprekendheden. Dat kost tijd en je weet vooraf niet hoeveel want je moet nadenken en je weet niet hoelang dat duurt voordat je iets goeds invalt. Er wordt in dat verband ook gesproken van prestatietijd en betekenistijd. Prestatietijd is dat je weet maximaal zeven uur nodig te hebben om in Parijs te komen. Hoelang het duurt voordat je je eerste betekenisvolle Parijservaring hebt, daar kun je niks van zeggen.”
Izaak Dekker: “Als je kijkt naar mensen als levende wezens die allerlei ervaringen opdoen, dan is reflectie belangrijk om het verband te zien tussen wat je doet en wat er vervolgens gebeurt. Maar als de handeling routineus wordt, ga je er minder bij nadenken en heb je reflectie minder nodig. Reflectie is dus belangrijk om tot routine te komen en dat heb je weer nodig om efficiënt en snel te werken. Ook routines ontstaan uit reflectie. Want je kunt geen zinvolle verbanden leggen of zelfs protocollen ontwikkelen zonder dat er eerst over nagedacht is.”
Frank Post: “Dat ben ik niet met je eens. Ik denk niet dat dat soort handelingspatronen ontstaan vanuit reflectie. Reflectie is er wel mee vermengd.”
Izaak Dekker: “Dat vermengen bedoelde ik ook te zeggen….”
Frank Post: “Waar ik van mening verschil met Dewey (filosoof) is dat hij teveel gelooft dat je kunt weten wat er tijdens evolutie gebeurt. Maar dat kun je niet weten. We kunnen de structuur van het proces beschrijven, maar kunnen de concrete gebeurtenissen in het proces niet voorspellen. Daar zitten toevalligheden in. Dus hoe diep we ook nadenken, een onverwacht moment blijft een onverwacht moment en dat reflecteren komt dus ook nooit tot een eind.”
Reflecteren binnen een context
Frank Post: “Naar mijn mening is het voor studenten belangrijk om tot een verhouding met hun beroep te komen. Als zij praten over het beroep van maatschappelijk werker dan hebben ze de neiging om dat beroep te verengen tot wat ze in de spreekkamer doen met een cliënt. Terwijl een belangrijk onderdeel van de beroepscode, opgesteld door de Nederlandse beroepsvereniging van maatschappelijk werkers, gaat over maatschappelijk werk in de samenleving. Men is zich er steeds meer van bewust dat een en ander in een maatschappelijke context plaatsvindt. En dat je als individu daarover dient na te denken. Het ouderwetse idee van reflectie, en dat zie je in de filosofie van de Verlichting, is dat mensen over zichzelf nadenken en hopen op die manier een vaste basis te vinden. Maar dat zelf blijkt dan een kern die je niet kunt losweken uit de rest. Dus als je reflecteert, denk je ook over de rest na, zou je kunnen zeggen.”
Izaak Dekker: “En sterker: reflectie vindt vaak plaats als je je gedachten aan het verwoorden bent in interactie met een ander. Een kernonderdeel van reflectie is dus taal. Ik vind het interessant om te kijken naar je kritiek op het verlichtingsdenken waarin het gaat om het ‘ik’ dat denkt. Het is vaak zelfinzicht waar het toe leidt maar het is wel in interactie met de ander waarin het ontstaat. Dat is toch iets anders als in je stoel gaan nadenken over jezelf. De trigger is toch vaak de ander.”
Frank Post: “Op dit moment is normatieve professionalisering een item in de hulpverlening. Harry Kunneman (hoogleraar sociale en politieke theorie) betoogt dat vroeger het ontwikkelen van kennis een academische aangelegenheid was maar dat er steeds meer externe invloed op wordt uitgeoefend uit de commerciële en politieke sfeer. Als je dit doortrekt naar de hulpverlening kun je je afvragen wat hulpverleners kunnen gebruiken aan conceptuele kaders. Kunneman zegt: je hebt wetenschappelijke kaders, de actualiteit en ook kunst in de breedste zin. Dat zijn middelen die op een aansprekende manier kunnen worden ingezet bij reflectie. Dus dat een student over een onderwerp een portfolio maakt en verschillende elementen op elkaar betrekt. Dan krijg je volgens mij een veel rijker resultaat en kunnen ze het zich misschien meer eigen maken doordat ze er dingen bij mogen halen die ze zelf intrigerend vinden.”
Reflecteren als leerling en student
Izaak Dekker: “Er is een theorie van Piaget die zegt dat kinderen vanaf de leeftijd van vijf jaar conceptueel kunnen nadenken. Daarmee kan de basis van reflecteren ook worden gelegd. Ik heb les gegeven op basis- en middelbare scholen in Amsterdam en Rotterdam. En ik heb gemerkt dat reflecteren en conceptualiseren met kinderen mogelijk is. Sommige kinderen kunnen dat eerder dan andere door al dan niet ‘geactiveerde’ aanleg. Er zijn kinderen die meer vragen stellen waar andere weer meer praktisch zijn aangelegd. Het ene kind vertelt meer anekdotes, terwijl het andere kind meer hypothetisch nadenkt. Wat ze vrijwel allemaal gemeen hebben, is de mogelijkheid om zich te verwonderen. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en stellen vragen waarmee ze het alledaagse en het routineuze betwijfelen, maar door de context kan dit wel of niet gestimuleerd zijn. Ik merk bijvoorbeeld dat op een school in Rotterdam-Zuid de levensloop van het kind daar een belangrijke invloed op heeft. Talent kan ook vervliegen omdat je leert in bepaalde kaders te denken. Dat kan thuis maar ook op school gebeuren waarbij die creativiteit en het conceptuele level juist wordt tegengewerkt.”

Bewustzijn als voorwaarde voor reflectie
Frank Post: “Volgens mij kunnen mensen niet niet bewust leven omdat ze, anders dan dieren, veel mogelijkheden hebben tot het invullen van hun leven. We hebben taal ter beschikking, we kunnen conceptuele werkelijkheden voor onszelf bedenken en die als invulling van onze toekomst voor ons uit projecteren. Ik kan mij voorstellen dat ik een IT’er ben met een dikke BMW en vervolgens kan dan de keuzeproblematiek om de hoek komen kijken. In de filosofie hebben de existentialisten verzonnen dat mensen keuzes maken maar dat ze er ook voor kunnen kiezen zich niet meer met een bepaalde keuze bezig te houden.”
Izaak Dekker: “Zelfverkozen vergetelheid.”
Frank Post: “Ja, bij Heidegger heet dat ‘men’ en bij Kierkegaard het ‘esthetische stadium’.
Namelijk: doe wat iedereen doet, dan val je het minst op en dan hoef je daar ook minder verantwoordelijkheid voor te nemen. Uit luiheid, vanzelfsprekendheid of misschien uit angst. Het feit dat studenten hier op school zitten, betekent dat ze een schoolkeuze hebben gemaakt, misschien uit gemakzucht maar dan hebben ze gekozen voor gemakzucht. Je kunt ook zeggen: ik snap niks van wiskunde maar ik ga wel keihard mijn best doen om het te snappen. Dus als je mensen aanspreekt op vermogens die binnen deze opleiding belangrijk zijn, dan is onder andere het vermogen om te reflecteren, in verhouding tot een materiële en sociale context, belangrijk. Je kunt reflecteren als iets heel simpels voorstellen maar ook de hele wereld erin betrekken. Hier moeten mensen een beetje de behoefte hebben om de wereld erbij te betrekken.”
Izaak Dekker: “Bewustzijn en reflectie zijn belangrijk voor Social Work omdat het in zichzelf geen neutraal vak is. Studenten maken individueel een keuze voor de hulpverlening en ze tekenen daarmee voor een vak met een traditie en een enorme morele lading. Het verschijnsel Social Work op zich is al geen vanzelfsprekendheid. Zou het bestaan als we slechts puur rationele, economische egoïsten waren? Zeker niet in deze vorm die we nu hebben. Misschien is men zich hier helemaal niet van bewust, maar juist nu is het goed dat studenten daarover nadenken. Ik wil niet dat een student later met een mond vol tanden staat als iemand zegt: ‘Waarom zou ik jou niet gewoon wegbezuinigen?’ Dat die student daar ideeën over heeft. Ik denk wel dat er handvatten nodig zijn, een bepaalde richting zodat je weet waartoe je je moet verhouden als persoon. Ik denk dat het belangrijk is dat dit binnen de ethiekvakken of andere vakken gebeurt.
Tegenwoordig is de eigen verantwoordelijkheid heel hot, de WMO bijvoorbeeld waarbij het eigen netwerk van personen wordt aangesproken. Ook daar zit een idee achter van wat mensen zijn, wat ze kunnen, op welke manier. Uiteindelijk zal de student hier zelf ook over moeten kunnen nadenken. Waar staat de regering voor, waar staat de instelling voor en waar sta ik voor? Reflecteren heb je dus nodig en handvatten van ons zijn belangrijk want reflecteren in het luchtledige haalt weinig uit.”

Input voor reflectie
Frank Post: “Als je mensen zover wilt krijgen dat ze denkprocessen als reflectie interessant gaan vinden, dan zou verschillende input een mooie rol kunnen spelen. Studenten zouden dus kunnen werken met portfolio’s waarin ze laten zien dat ze mooie dingen hebben verzameld over een sociale werkelijkheid. Dan kom je ook uit het stramien van eenmaal in de veertien dagen op gezette tijden reflecteren. Dan kan het ook door te lopen door Rotterdam of aan de hand van een muziekstuk. Het maatschappelijke en alledaagse waarin je sociale problemen tegenkomt zou je binnen een muzisch, wetenschappelijk en filosofisch reflectiekader kunnen plaatsen waarbinnen je verbanden legt. Ik denk dat dat niet veraf ligt van wat studenten al kunnen. We moeten ervoor oppassen dat we niet een te simpele opvatting gaan hanteren van wat het beroep eigenlijk is. Als maatschappelijk werk wordt omschreven als stressreductie dan is dat een psychologische definitie die veel te simpel is. We moeten van studenten geen protocolmethodiekvolgers maken. Aan de ene kant hoor ik dat ze het interessant vinden om over dit soort dingen na te denken maar als ze dat moeten verbinden met de opleiding denken ze: ‘Fuck, daar moet ik cijfers voor halen!’ Eigenlijk zou je veel meer een vrijplaats moeten bieden. Een situatie waarin mensen het leuk vinden om over dat soort dingen na te denken. Ik heb het idee dat studenten worden afgeschrikt door complexiteit omdat de uitkomsten onvoorspelbaar zijn. Studenten willen weten wat er van hen verwacht wordt en gaan dat dan braaf opvolgen zonder zichzelf als persoon met hun leerproces te verbinden. Dat is een soort effectbejag wat je in toenemende mate ziet, zowel in de praktijk van het maatschappelijk werk als hier op school.”


Frank Post (1955)

Studie: Havo, Sociale Academie (toenmalig ‘Kultureel werk’), wijsbegeerte Erasmus Universiteit Rotterdam
Eerdere werkzaamheden in het kort: jongerenwerker, chauffeur, automonteur, peuterleider.
Nu: Docent bij opleiding Maatschappelijk Werk & Dienstverlening
Meerwaarde van filosofie in dagelijks werk: “Het organiseren van congressen voor het tweede en derde studiejaar. Binnenkort focussen we binnen de module Leven & Recht op specifieke problematiek zoals asiel- en vreemdelingenbeleid. In het derde jaar doe ik dit met Normatieve professionalisering. Ik probeer de filosofische, theoretische inhoud te verbinden met de praktijk. Als mensen vanuit verschillende perspectieven met een thema aan het werk gaan, wordt het interessant.”

Beïnvloeding en inspiratie: Ik ben in eerste instantie beïnvloed door Heidegger, ik ben afgestudeerd op Adorno en gecharmeerd van de vriendelijke zwartkijker John Gray.”


 Izaak Dekker (1986)

Studie: VWO, wijsbegeerte Erasmus Universiteit Rotterdam
Nu: Docent bij opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening en Master Pedagogiek
Eerdere werkzaamheden in het kort: oprichting verscheidene filosofische en literaire bladen, filosofieles gegeven op basisscholen en middelbare scholen, lesmethode voor filosofie ontwikkeld (Filosofische vaardigheden)
Meerwaarde van filosofie in het dagelijks werk: “Ik ben geïnteresseerd in het snijvlak pedagogiek en filosofie en wil graag goede vragen stellen om scherp te krijgen waar we toe opleiden. Wat betekenen visiedocumenten van instellingen, theorieën en slagzinnen als: ‘De cliënt staat centraal’?”

Beïnvloeding en inspiratie: “Dewey, Gadamer, Arendt en Rorty. Als een uitleg simpel kan, dan heeft dat mijn voorkeur maar het moet niet simplistisch worden.”


Illustratie: Felix Spanjaard

Category : Interview