Donna Fortunata

Posted at juli 21, 2010 by

Meglio tua madre che ti piange che il sole di marzo che ti tinge: beter je moeder die om je huilt dan de maartse zon die je kleurt. Donna Fortunata, de zus van onze verhuurder, en donna Cicina, ook wel ‘donna Páffia’ genoemd, hadden ons nog zo gewaarschuwd: ga niet in die maartse zon zitten, want die is gevaarlijk; loop niet rond in die blote bloesjes, maar trek een trui aan, de maartse zon laat niet met zich sollen. De enige manier om de fratsen van die zon in maart te ontlopen, is een stuk van je haar af laten knippen door je moeder of  je vader op de eerste dag van de maand. Donna Fortunata neemt het zichzelf kwalijk dat ze er niet aan gedacht heeft. Nu is het te laat: we zijn snipverkouden, de kelen opgezet en pijnlijk, sloom de spieren. Gelukkig kan ze ons troosten met de honing van haar verhalen.

Donna Fortunata mag dan ‘gelukkig’ heten, geluk in haar leven heeft ze niet gehad. In de oorlogstijd trouwde ze met een Kroaat uit het toenmalige Istrië die na twee dagen huwelijk werd opgeroepen voor de oorlog tegen de Russen en nooit meer terugkeerde. Zijn foto staat op haar dressoir en maandelijks krijgt ze een cheque met haar oorlogspensioen op haar mans naam: Ostovich. Donna Fortunata kan lezen noch schrijven en dus tekent een familielid of buur voor ontvangst.

Ostovich, op mars met zijn regiment, zag Fortunata toen ze met twee buurmeisjes naar de mis ging, een van de schaarse momenten waarop ze het huis uit kwam. Haar vader was namelijk zeer ‘geloso’. De Kroaat was gelijk verliefd en wilde met haar trouwen. Hij nam contact op met Fortunata’s tante die als ambassadrice de familie op de hoogte stelde. In eerste instantie wilden noch Fortunata, noch haar ouders en broers er iets van weten. Vader had al heel wat kandidaten afgewezen. Nu eens omdat ze zijn dochter te veel op het land zouden hebben laten werken, dan weer omdat het jonge echtpaar te ver van het ouderlijk huis van de bruid zou gaan wonen. De Kroaat hield stug vol. Hij sprak met een van de plaatselijke geestelijken, een neef van de moeder van Fortunata. Deze pater kwam danig onder de indruk van de jongeman en beschreef hem tegenover de familie als keurig, betrouwbaar, sympathiek en smoorverliefd. Het toeval wilde dat een broer van Fortunata als soldaat in Fiume, de geboorte- en woonplaats van Ostovich, gelegerd was. Ter plaatse informeerde hij naar de reputatie van de familie van de minnaar. De berichten waren gunstig en de Kroaat werd uitgenodigd voor een huisbezoek. Fortunata deed geen mond open. Ostovich vroeg de ambassadrice of zijn geliefde soms stom was. Tijdens het tweede bezoek van haar aanstaande was Fortunata opnieuw weinig spraakzaam. Toen haar jongere broer echter op het dressoir klom, siste zij hem toe dat hij een pak rammel kon krijgen als hij niet onmiddellijk naar beneden kwam. Stom was zijn liefde dus niet, ook al kon de Kroaat die volgens zijn weduwe zeven talen sprak, niets van het plaatselijke Calabrees verstaan.

Ostovich was teleurgesteld dat zijn vrouw hem na de kerkelijke inzegening van hun huwelijk niet in het openbaar kuste, zoals de gewoonte was. Omstandig legt Fortunata ons uit dat ze zich schaamde. Dorpelingen menen dat Fortunata en Ostovich de eerste huwelijksnacht niet in hetzelfde bed hebben doorgebracht. Donna Fortunata zou dat niet ‘netjes’ hebben gevonden. Hoe dan ook: na de huwelijkssluiting moest de jonge bruidegom zich melden bij zijn regiment op Sicilië. Daar werd hij opgeroepen voor de oorlog tegen Rusland. Na lang aandringen krijgt hij nog de gelegenheid om afscheid te nemen van zijn vrouw, maar door de belabberde verbindingen wordt dat een verlof van een dag en een nacht. Dorpelingen zijn er zeker van Fortunata ook die nacht niet met haar Kroaat naar bed ging, omdat hij malaria had. Fortunata zou zichzelf opgesloten hebben in een kamertje.

Twaalf dagen later sneuvelde Ostovich in het verre Rusland. Het officiële bericht ontving Fortunata pas na de oorlog. Oh, als wij eens wisten hoe mooi hij was. Een jongere broer van de overledene, ingetrokken bij de familie van Fortunata, zag eindelijk zijn kans schoon en deed zijn schoonzus een huwelijksaanzoek. Verontwaardigd wees donna Fortunata hem af: om te beginnen was ze al getrouwd en bovendien was hij te jong. Ze stond erop dat haar ouders de onverlaat uit hun huis zetten. ‘Hij moest zijn rozenkrans maar ergens anders gaan bidden’. Hier komen de versies van donna Fortunata zelf en van de dorpelingen overeen. Dorpelingen vermelden nog dat de jongere Ostovich mank liep en later in het huwelijk trad met een vrouw ‘van boven’, uit het bovendorp.

Fortunata gruwt van hertrouwen, zeker nu ze 72 jaar oud is. Elke dag kijkt ze naar het televisieprogramma Huwelijksbureau en krijgt kippenvel van plaatsvervangende schaamte als ze oudjes van haar leeftijd en jonger ziet die het nog eens willen proberen. En lelijk dat die ouwe krengen soms zijn. Ze slaat zich parmantig door het leven. Ze bakt het beste brood, heeft de zuiverste olijfolie, fabriceert de mooiste zeep en maakt de lekkerste koekjes. Haar broers, zusters, neven en nichten die in Rome wonen – oh, wat zijn ze knap, handig en geslaagd in het leven – willen dat ze bij hun komt wonen. Geen sprake van. Ze heeft een ‘brutto carattere’. Haar plaats is haar eigen kamer waar ze breit, televisie kijkt en met familie en anderen telefoneert. Als het weer het toelaat, geeft ze de kippen te eten. Dagelijks eet ze een paar van hun eieren samen met een glaasje pure citroensap. ‘Op de nuchtere maag en kijk eens hoe gezond ik ben.’ Om te verhinderen dat de kippen de eieren kapot prikken en oppeuzelen, knipt ze met een schaar hun snavels af. Een van de ‘galline’ is echter hardleers en heeft het ongeluk dat zij net aan haar maaltijd begint als Fortunata een kijkje komt nemen. Het dier krijgt een doodschop en wordt ter plaatse gevild met het venijn van een sidderende slang.

Nee, ze gaat zelden bij anderen op bezoek. En als ze dat al doet, dan neemt ze altijd de achterafsteegjes om maar niemand tegen het lijf te lopen. De mensen zeggen dat ze dat uit verwaandheid (‘supèrbia’) doet, maar daar is niets van waar. Aan feestjes doet ze ook niet mee. Nee, ze kan echt niet op Ralfs verjaardagspartijtje komen. Maar wanneer komen wij nu toch eens bij haar op bezoek: mogen wij haar soms niet?

Category : Verhaal