De grenzeloze generatie

Posted at juli 7, 2010 by

uders behandelen hun eigen kinderen steeds minder als minderjarigen die gegidst moeten worden met meer ervaring en superieure wijsheid, maar meer als vrienden en gelijken die recht hebben om hun eigen beslissingen te nemen.

Sinds 1984 doet het bureau Motivaction onderzoek naar de beweegredenen van de Nederlandse bevolking en naar de manier waarop die worden weerspiegeld in de mentaliteit van de huidige generaties. In november 2009 verschenen de uitkomsten van hun onderzoek naar De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van de opvoeders*.
In dit artikel geef ik enkele resultaten van het onderzoek weer en vervolgens de reactie van vier collega’s.

De onderzoekers onderscheiden acht milieus, waarvan de leden (15 tot 80 jaar)  min of meer dezelfde waarden aanhangen. Ze staan in onderstaand schema.

Bekijken we de verhouding van de milieus per generatie dan verschijnt het volgende beeld:

Daarin valt op dat de nieuwe (grenzeloze) generatie een groter aantal gemaksgeoriënteerden en postmoderne hedonisten telt in vergelijking met de voorgaande generatie(s). Er is sprake van een trend.
Anders gezegd: er is een onstuitbare opmars van zelfingenomenheid. Het hedonisme viert hoogtij, het individualisme is doorgeslagen, de jongere generaties leven steeds meer in een zelfgeregisseerde soap. De oudere, opvoedende generatie is steeds minder in staat bij te sturen, omdat zij zelf zo graag jong blijft.

De onderzoekers komen met algemene aanbevelingen in de trant van:

  1. Herneem regie, autoriteit en gezag. Schrik niet terug voor rituelen en symbolen.
  2. Maak regels overzichtelijk en simpel. Geef meer aandacht aan de doelmatigheid.
  3. Blijf nadenken waar het werkelijk om gaat. In zorg en onderwijs lijkt de bureaucratie belangrijker geworden dan de activiteit zelf.
  4. Investeer in menselijke maat en de ontwikkeling van identiteiten. Beschouw ‘groot’ en ‘groei’ niet als doelen op zich.

Hieronder geven vier collega’s: Peter Hanse (SPH), Bartel Standaar-Dorhout (CMV), Marjolijn Schouten (Pedagogiek) en Cornelis Numan (MWD) hun reactie op het onderzoek:

Peter Hanse ( SPH)
Ik volg al jaren dit soort onderzoeken en ook de huidige trend is herkenbaar. In de praktijk zie je te vaak dat opvoeders letterlijk de weg banen voor hun kinderen (‘snow plow’). Het kind moet onder de beste omstandigheden opgroeien om optimaal gelukkig te worden. We brengen ze weg naar school en sport, lossen problemen voor ze op of houden ze buiten de deur. We eisen een perfecte kinderopvang, bij voorkeur geregeld voor de geboorte, plannen de schoolopleiding, de vriendenkring, de feestjes, het liefst ongeveer alles. Zo leer je nauwelijks zelf problemen op te lossen. Je kweekt door zogenaamde vrijheid een narcistische generatie die te veel gericht is op zich zelf en niet met frustraties kan omgaan. Dat zouden opvoeders anders moeten aanpakken: meer hindernissen opwerpen die het kind moet nemen, tegen problemen aan laten lopen die het zelf moet oplossen. ‘In het onvoorspelbare zit de vrijheid’, citeert Peter Hannah Arendt (vergelijk haar boek uit 1958 Vita activa. De mens: bestaan en bestemming, Uitgeverij Boom, Amsterdam 1999). Het begeleiden van het proces van omgaan met steeds nieuwe vragen, uitdagingen, teleurstellingen en obstakels. Daar moet de focus van ouders meer liggen.

Bartel Standaar-Dorhout (CMV)
Je merkt wel aan de jongeren van nu dat ze behoefte hebben aan een eigen domein. Als ouder kun je niet meer in alles voorleven. Jeugd geeft meer zelf betekenis vanuit een individueel perspectief. De noodzaak van verandering leeft niet bij iedereen. Er ontbreekt ook een gemeenschappelijk ideaal, zoals de wederopbouw of de verzorgingsstaat na de Tweede Wereldoorlog. Die urgentie zullen we eerst met z’n allen moeten voelen. En ik geloof nog steeds dat de economische ontwikkeling daarvoor heel bepalend is.

Voorlopig zitten hele groepen kinderen in de knel. Ze kunnen geen vuist maken, kunnen niet voldoen aan de eisen die de moderne samenleving stelt. Als CMV-er kun je hieraan een specifieke bijdrage leveren. Het is de kunst om aan te sluiten bij de leefwereld van deze groep kinderen. Ze moeten hun eigen verhaal kunnen produceren. Dat kan via de moderne sociale media. Je moet ze wel uit het (virtuele) wereldje van gelijkgestemden halen. Ze betrekken in uitwisselingsprogramma’s met andere generaties, groepen. Zorgen voor horizonverbreding. Laat hangjongeren hun verhaal doen aan voorbijgangers of buurtgenoten.
De uitdaging wordt steeds groter: om te boeien en te binden. Een goed voorbeeld van een stimuleringsproject is te vinden op de markt van het Afrikaanderplein. Met een creatieve denktank van kunstenaars, welzijnswerkers, bewoners, marktkooplui en gemeente heeft de markt een eigen gezicht gekregen. Er is een rijke variatie aan producten met eigen textielontwerpen, die de wijk ook zelf in productie heeft genomen. De hele verkooplijn ligt in eigen handen. Met dergelijke initiatieven geef je mensen regie over hun leven en stimuleer je ze om zich verder te ontwikkelen. Overtref je zelf heet dat bij ons op school.

Marjolijn Schouten (Pedagogiek)
Marjolein, zelf een typische post-materialist, vindt het een mooie benadering: geen sociaal-economische klassenstrijd, maar een waardenprofiel als uitgangspunt. Door klassen heen zijn er verbindingen. Je ziet het om je heen: uitstel van ouder worden, de opvoeding wordt besmet met de jeugdcultuur. Het wordt vooral uitgedragen door de media. De aandacht voor verschillende generaties is niet in balans. Een grote groep jongere ouderen (30 – 40 jaar) is nauwelijks zichtbaar. In plaats van verantwoordelijke ouders worden zij als jongeren neergezet. Ik merk dat ook in mijn lessen: onze studenten kunnen niet beschrijven wat een waarde eigenlijk is. Dat wordt niet overgedragen. Er is een gemis aan een innerlijk kompas, zowel bij de jongeren als bij hun ouders. Dat zou een kernvraag voor de pedagogiek moeten zijn. Maar je ziet juist dikwijls dat dit thema vaak vermeden wordt. We houden het liever waardenvrij, anders worden we betuttelend. Je zult het moeten doen met voorleven en daarbij de keuze laten. Duurzaamheid is voor mij een belangrijke waarde: tijd hebben voor elkaar, kleinschalige maatschappelijke projecten, werken aan een groene samenleving.

Als je op kleinere schaal werkt met elkaar kun je zelfsturing van binnenuit stimuleren. De wereld ligt aan je voeten met twitter en chatroulette, maar dat is vooral eenrichtingsverkeer. Dat kan ont-bindend werken. Juist voor jongeren is het belangrijk om in een veilige omgeving te leren op basis van constructieve fricties. Ouders hoeven geen problemen weg te nemen, maar je kunt wel uitleggen wat consequenties zijn van een handelswijze: bijvoorbeeld wat er gebeurt als je te veel drinkt. Ik zou zeggen: ga voor een duurzame opvoeding.

Cornelis Numan (MWD)
Vroeger had je nozems en gasten van de andere school. Maar die lieten we ook links liggen en zij ons. Het lijkt nu wat doorgeschoten. Je hoort nu meer over persoonlijke gevallen van pestgedrag, laatst nog een jongen met een hazenlip die zelfmoord heeft gepleegd. Het lijkt zo gewoon om grof te zijn. Er staat geen rem meer op. Wat doe je er aan? Hoe stel je je op? Ik heb 18 jaar in de kinderbescherming gewerkt. Laat ik een voorbeeld geven van een man die thuis in de rotzooi zat (letterlijk en figuurlijk). Er was een afspraak dat hij alle troep thuis zou wegdoen, maar op het laatst bedacht hij zich. Een herinnering hier en een ongelezen krantenartikel daar. Hij wilde alles bij het oude laten. Wij, maatschappelijk werkers, bespraken het met elkaar. Er waren verschillende mogelijkheden: dreigen met het stopzetten van de uitkering, nog even wachten, praten… . Mijn keus is meestal de volgende: een duidelijke grens stellen en de relatie goed houden. In dit geval: aangeven dat alle rommel het huis uit moet en vervolgens naast de man blijven staan en luisteren naar zijn verhaal. Hoe voelt het om opruiming te houden en wat is er voor nodig om je leven weer op orde te krijgen? Je moet daarbij wel van binnen weten dat dit het beste is en dat je gelooft in een goede afloop. Dan kun je steun bieden.

In moderne gezinnen is er dikwijls een gebrek aan aandacht. Het laatste is geen luxe, maar een eerste levensbehoefte. Baby’s gaan dood zonder warmte en aandacht, dat is helaas bewezen. Over het geven van aandacht is een goed boek geschreven door Andries Baart, getiteld  Aandacht. Etudes in presentie (Uitgeverij Lemma, Utrecht 2005).

In onze lessen werken we steeds met morele dilemma’s. Daarmee wordt een innerlijke afweging opgebouwd die tot een overtuigender handelen kan leiden. Dat is ook nodig omdat tegenwoordig protocollen en regels vaak belemmerend zijn voor het werken aan een goede oplossing. Je hoort dan ook steeds meer de roep om de discretionaire ruimte (buiten de regels om) te benutten. Dan moet je wel sterk in je schoenen staan. We moeten als professionals de ervaringen uitwisselen die we hiermee opdoen.

Ik vond het een inspirerend rondje langs mijn collega’s en zou graag nog wat toevoegen. Maar dat mag niet van de hoofdredacteur. En gelijk heeft hij. Lees het onderzoek zelf maar.

* –  Frits Spangenberg en Martijn Lampert. (2009). De grenzeloze generatie en de eeuwige jeugd van de opvoeders.
Amsterdam: Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Category : Artikel