Biutiful: Het International Film -Festival Rotterdam (IFFR)

Posted at juni 28, 2011 by

Ger Bosman > Overal in de stad zag je affiches, vlaggen en spandoeken met de uitermate gestileerde tijgerkop, het symbool van het Rotterdamse filmfestival. Een bijzondere editie. De veertigste. Dat werd groots aangepakt en aangeduid met de letters XL, dat zowel zeer groot als (in Romeinse cijfers) 40 betekent. Zo werd op veertig verschillende plekken in Rotterdam aandacht besteed aan het festival, niet alleen in filmzalen, maar ook in verscheidene musea en instituten. Regisseurs, regisseuses, acteurs, actrices en bezoekers uit Argentinië, Japan, Rusland en Afrika en alles wat daar tussenin zit kwamen naar Rotterdam.

In 1972 vond het eerste internationale filmfestival plaats. Hubert Bals ( 1937 – 1988 ) was bereid daar zijn schouders onder te zetten. Bals had door het organiseren van een filmfestival in Utrecht inmiddels een behoorlijk wereldwijd netwerk opgebouwd. Huub Bals was niet alleen filmliefhebber, hij wás film, in alle poriën van zijn lichaam. In de beginperiode koos hij zelf alle films uit (waar nu een aparte staf voor is met aparte aandachtsgebieden). Hij reisde het gehele jaar de wereld over op zoek naar interessante films. Zijn zoon vertelde later dat hij zijn vader meer niet dan wel zag. Huub Bals zat dan ergens in China in een filmzaaltje. Het verhaal gaat dat Bals vaak al na een kwartier wist of een film voldoende kwaliteit had voor het festival.

Op het eerste festival werden ongeveer 3500 kaartjes verkocht, tegenwoordig ruim 350.000. Toen was improvisatie een belangrijke eigenschap. Ik heb meegemaakt dat een voorstelling uitgesteld moest worden, omdat de film nog met een snelle auto van Schiphol moest worden opgehaald. Nu is het een organisatie met tientallen vaste medewerkers en honderden vrijwilligers. Huub Bals heeft die ontwikkeling tot en met 1988 nog meegemaakt. Hij wijzigde zijn oorspronkelijke formule: “een publiek vinden bij een film” allengs in “films vinden bij een publiek” (Que le Tigre Danse, de biografie van Huub Bals, p. 286).

Het IFFR is enig in zijn soort, zeggen ook filmmakers zelf. Het is een regisseursfestival, waarbij de inhoud van de film centraal staat en niet de verpakking. Hier geen rode lopers voor George Clooney of Brad Pitt, ook niet voor Halina Reijn of Carice van Houten. Vaak leiden de regisseurs hun film in en beantwoorden na afloop tijdens de z.g. ( Q)uestions and  (A)nswers vragen uit de zaal. Uniek in de wereld: een regisseur die met 500 kijkers in gesprek gaat over zijn of haar film. Gebeurt uiteraard niet met alle films.

Naast  films en retrospectieven van gearriveerde regisseurs is het IFFR vooral een platform voor beginnende, meestal jonge regisseurs. Het hart van het festival wordt gevormd door de zogenaamde

Tijgercompetitie, waarbij vijftien geselecteerde films meedingen naar de drie hoofdprijzen van ieder €15.000. Het betreft dan de eerste of tweede film van de regisseur. Met zo’n geldbedrag en de ereprijs kan dan weer een begin worden gemaakt met een volgende film.

Het festival is geëvolueerd van een festival voor vooral filmfreaks en filmtijgers met in de jaren zeventig veel maatschappijkritische films naar een festival van een meer gemengd aanbod. Dit laatste festival is daar een goed voorbeeld van. Een paar films hebben zelfs Oscarnominaties op zak. Voor de echte filmfreak is dit niet altijd een aanbeveling, maar deze keer met films als Biutiful, Black Swan en The Fighter moet toegegeven worden dat het uitstekende films zijn. Ik vind Biutiful een geweldige film. Deze film gaat over overleven (soms letterlijk) aan de zelfkant van de grote stad Barcelona. Hij is van de Mexicaanse regisseur Alejandro Gonzales Iñárittu, van wie ik sinds zijn film Amores Perros een fan ben. Een regisseur die er in slaagt met zijn beelden je de film in te sleuren. Onthouden die naam!

Er zijn ook films (pareltjes vaak) die alleen op het festival zijn te zien, omdat ze door de filmdistributeurs niet commercieel genoeg bevonden worden. Zoals films van de Russische  regisseur Balabanov. Bij het selecteren van mijn films zag ik plotseling de naam Balabanov en ik herinnerde me zijn vorige films (Cargo 2000 en Morphine) die grote indruk op me maakten. De keuze voor zijn nieuwe film, The Stoker, is dan snel gemaakt en ook deze keer werd ik niet teleurgesteld.

Een documentaire (weer een ander genre dat op het festival wordt vertoond) waarvan ik me afvraag of hij in gewone circuit terecht komt is El Sicario, Room 164. Dit is een film die zich voor 90% in een motelkamerafspeelt, waarbij de hoofdfiguur ook nog onherkenbaar is gemaakt. De man heeft 20 jaar als huurmoordenaar en martelspecialist voor de Mexicaanse drugsmaffia gewerkt en biecht alles op. Er staat $ 250.000 op zijn hoofd. Als deze film niet in circulatie komt, lijkt hij me uiterst geschikt voor de televisie.

Daarnaast heb je nog wat festivalgangers van het eerste uur de “echte, typische festivalfilm” vinden. Dit jaar bijvoorbeeld een uiterst trage, plotloze film over jongeren die zich te pletter vervelen tijdens hun wintervakantie in hun Chinese dorp.

Ik zie het festival soms als een soort (culturele) vakantie. Het filmaanbod is ruim en divers. Je reist over de hele wereld, maakt via het filmdoek kennis met vele culturen en sociaaleconomische omstandigheden. Je ziet hoe mensen in soms erbarmelijke omstandigheden proberen te overleven. Het levert de nodige relativiteitszin op. Ik heb in mijn arbeidsleven als docent sociologie bij onder andere MWD vaak mijn filmkennis, opgedaan tijdens het festival, gebruikt als verheldering en concretisering van de theorie.

Het IFFR hoort bij Rotterdam, Rotterdam verdient het IFFR!

Category : Bespreking