Redactioneel – NR. 4.

Voor u ligt het vierde exemplaar van VerWeg&Dichtbij. De omslag verraadt het al. Het centrale thema is onderwijs. En dan gaat het al decennialang, zeker in het beroepsonderwijs, niet over kennisoverdracht maar over ‘het nieuwe leren’. Biedt de formulering en de toetsing van competenties zekerheid of slechts schijnzekerheid, vraagt menig docent zich af. In dit nummer een column daarover van Wouter Pols die tijdens een vakantie door een Duitse student kritisch werd aangesproken:”Oh, bent u er zo een!”
Erudiet verwoord is de bijdrage van socioloog Will van de Laak die vanuit het perspectief van zijn vermaarde vakgenoot Zygmunt Bauman wijst op het gebrek aan zin, betekenis en solide vormgeving van het in grootschalige vorm gegoten hoger beroepsonderwijs. Van de Laak bericht over gestold onderwijs in deze vloeibare tijden, waarin regelmatig de waan van de dag regeert.
Anders van toon is de bijdrage van Toby Witte, lector Maatschappelijke Zorg Risicojongeren. Volgens een notitie van de GGD Rotterdam-Rijnmond telt de Maasstad bijna 5000 kwetsbare jongeren tussen 17 en 23 jaar van wie niet duidelijk is wat ze overdag doen. Witte signaleert een trend in de richting van activerende en ontkokerde ‘welzijnszorg’. Hij rekent af met de overmatige nadruk op het zorgen en het hulpverlenen en pleit voor perspectiefgericht werken en talentontwikkeling. Dat laatste kan met ‘dialogical teaching’ in de klas bewerkstelligd worden, bericht collega Hans van den Broek. De dialoog staat eveneens centraal in de bijdrage van Hans Donders die melding maakt van positieve ervaringen van cmv-studenten met de methode van de ’reciprocal maieutic approach’ (RMA).
Met de aandacht voor talentontwikkeling en risicojongeren komen ook de ambities en inspanningen van Jasper Tuytel, inmiddels ex-voorzitter van het college van bestuur van de Hogeschool Rotterdam, in beeld. Sociale verheffing door middel van onderwijs was (en is) zijn drijfveer. Bert Steenbeek vraagt hierover door. In een tweegesprek wordt Tuytel geconfronteerd met uitspraken over werkdruk, competentieleren, schaalvergroting, politiek en onderwijs.
In al haar gedaanten biedt het thema onderwijs voldoende stof tot reflectie. Een vluchtige blik op de weekagenda’s van een drietal ISO-studenten laat zien hoezeer de onderwijspraktijk verweven is met het alledaagse leven. De veelvuldig ingeroosterde aandacht voor ‘reflectie’ leent zich voor metareflectie: in ‘Filosofen over reflecteren’ vragen de filosofen Frank Post en Izaak Dekker zich oprecht af wat dat reflecteren nu precies omhelst. Onder de noemer ‘Hoe opstandig is pop?’ confronteert eerstgenoemde de lezer elders met een niet mis te verstane boodschap: “We don’t need no education, we don’t need no thought control”.
De eerdergenoemde focus op arbeid raakt ook het speciaal onderwijs dat in Rotterdam en elders geleidelijk aan plaats maakt voor het zogeheten passend onderwijs. Rob Arnoldus en Eline Bouwman-van Ginkel belichten in die context de discrepanties tussen het streven naar inclusief onderwijs en de (toekomstige) inrichting van het passend onderwijs. ‘Niet alle vlekjes zijn weg te werken’ is de passende titel van het artikel.
Naast inhoudelijke reflectie is er aandacht voor literatuur en poëzie. In ‘De Gelukkige Klas’ inventariseert Madeleine van Strijp de onderwijsimpressies van bekende Nederlandse schrijvers, onder wie Kees Beekmans die als docent bijzondere ervaringen op deed met het competentieleren op een praktijkschool. In ‘De Kleine Wereldreis’ wordt door haar ingezoomd op welgestelde ouders die ostentatief en met een beroep op multiculturele leerervaring hun ongeoorloofde vakantieplanning legitimeren.
Theo Magito en Henk Sissing verzamelden in de bundel Soms moet het werkelijk stil zijn. Onderwijsgedichten 1591-2010 (Douane, Rotterdam 2011) maar liefst 245 gedichten over onderwijs. De redactie nam er drie van op in dit nummer.
Tot de verbeelding sprekend is de bijdrage van Bouchra Abdellaoui. Zij recenseert de film Monsieur Lazhar, een prachtige bewerking van het toneelstuk Bachir Lazhar van Evelyne de la Chenelière. Dezelfde loftuitingen gelden voor de passende illustraties van de studenten van de Willem de Kooning Academie die de witregels van het tijdschrift VerWeg&Dichtbij als vanouds betekenisvol (in)vulling geven. Wordt vervolgd?
Redactie VW&DB